De leermeester van ...

Jan Bosschaert: 'Johan Daenen kende heel veel artiesten, zoals Jan Decorte'

Illustrator Jan Bosschaert met zijn leermeester, decorbouwer Johan Daenen.
Illustrator Jan Bosschaert met zijn leermeester, decorbouwer Johan Daenen.

Elke leerling heeft een leermeester. Iemand van wie hij het vak geleerd heeft. Sommigen worden de beste vrienden, anderen zien elkaar nooit meer terug. Deze week vertelt illustrator Jan Bosschaert wat hij geleerd heeft van ex-klasgenoot en decorbouwer Johan Daenen.

“Ik heb Johan voor het laatst gesproken eind jaren tachtig, ongeveer twintig jaar geleden. We studeerden toen samen aan Sint-Lukas in Brussel. In het eerste jaar, het basisjaar, kwam daar van alles samen. Johan viel onmiddellijk op in de klas. Hij had een eigen manier van denken en zag er veel volwassener uit dan de rest van de klas.”

Johan Daenen: “Toen ik zeven was, heeft mijn oudste broer, die me vaak zag tekenen, knutselen en plakken, me naar een academie in Bosvoorde gestuurd. Hij vond dat ik dat absoluut moest doen, ook al mocht je daar eigenlijk maar vanaf negen jaar binnen. Tot mijn achttiende ben ik daar opgeleid in schilderen en tekenen. Ik ben aan Sint-Lukas dus met een zekere voorsprong begonnen. Ik had al een basis.”

'Ik heb Johan zijn eindwerk nog afgemaakt, omdat hij geen tijd en zin had'

“Het klikte onmiddellijk met Johan. Ik keek toen ook ongelooflijk hard naar hem op. Hij was ook met heel andere dingen bezig dan de rest van de klasgenootjes. Johan zat ook al helemaal in het artistieke milieu en in het Brusselse nachtleven. Hij kende heel veel artiesten zoals Jan Decorte. Dat fascineerde mij. Hij was ook een van de drie of vier mensen in dat eerste jaar die echt gedreven bezig waren met schilderen of tekenen.”

Johan Daenen: “We zijn heel vlug vrienden geworden. Jan kende alles van wat er toen aan strips op de markt was. Hij had ook toen al een onwaarschijnlijk goede tekenstijl. Een van de verschillen tussen ons is dat ik stripfiguren maakte en Jan stripverhalen. Maar we hebben elkaar daar vlug in gevonden. Ik had interesse voor wat hij deed en hij voor wat ik al achter de rug had.”

“Zelf was ik toen nog altijd bezig met het maken van kleine schilderijtjes. Johan pakte toen al uit met gigantische doeken. Ik herinner me dat hij de zolder op Sint-Lukas had ingepalmd en daar een doek had geschilderd dat zo groot was dat het niet meer buiten geraakte. Ze hebben het in stukken moeten snijden.”

Johan Daenen: “Ik was vooral geïnteresseerd in de monumentale schilderkunst, in de traditie van de oude meesters. Die formaten trokken mij aan. Wat dat betreft, zaten Jan en ik echt lijnrecht tegenover elkaar. Hij maakte kleine strips, ik werkte in het groot.”

“Op het einde van onze vier jaar zag ik hem bijna niet meer. Johan had zich toen al lang losgemaakt van de school. Hij werkte voor reclamebureaus, tijdschriften en stond al met één been in het echte leven. Hij had meer werk buiten dan binnen de school. Ik heb nog enkele opdrachten voor zijn eindwerk afgewerkt omdat hij geen tijd en zin had. Hij was toen al veel meer met decors bezig.”

Johan Daenen: “Ik vond dat ik mijn tijd niet mocht verspillen. Terwijl andere studenten nog bezig waren met het aanleren van teken- en schildertechnieken, wou ik werken, iets echts doen. Ik had tijdens mijn opleiding al vlug contacten met opdrachtgevers, waardoor ik financieel goed kon rondkomen en mijn studies kon betalen.”

“Als Antwerpenaar was het een vreemde keuze, en ik heb daar nu soms nog spijt van, om voor een opleiding in Brussel te kiezen. In Antwerpen had ik ongetwijfeld veel meer opgestoken van de leraars zelf. Eigenlijk is Johan de enige persoon geweest waar ik in die periode iets aan gehad heb. Het is dankzij hem dat ik ben beginnen schilderen. Gewoon door naar hem te kijken, heeft hij mijn horizon verruimt over hoe je met schilderen kan omgaan.

Johan Daenen: “Ik heb nooit het gevoel gehad dat Jan naar me opkeek. We hebben ons samen vooral goed geamuseerd. Het verbaast mij dan ook dat hij mij als een soort leermeester ziet. Dat vind ik zelf wat te veel eer.”

“We waren echt goede maten maar na Sint-Lukas hebben we elkaar, op een paar vluchtige contacten na, nooit echt teruggezien. Onze wegen zijn ook wat uit elkaar gelopen. Hij heeft voor theater gekozen, ik ben als illustrator aan de slag gegaan. Als ik hem mag geloven, vindt hij mijn werk van het allerbeste. Maar we tilden elkaar wel meer over het paard.”

Johan Daenen: “Dat we elkaar niet hebben teruggezien heeft veel te maken met dat Jan in Antwerpen zit en ik in Brussel. Maar ook de normale gang van het leven zat daartussen. Ik heb kinderen gekregen, moest vaak ’s avonds werken voor het theater, ben een eigen bureau begonnen ... En kwam eigenlijk tijd te kort. Maar dat we elkaar terug vinden nu we vijftig zijn, is ook mooi.”

(wv)

18/07/2012

  • 18 juli 2012