Uitgebreid zoeken
Toon zoeken
Recente Zoekopdrachten Wissen

Werknemer is streng voor werkloze

‘De tolerantie voor werkloosheid neemt af naarmate meer mensen aan het werk zijn’, Prof. Ludo Struyven, HIVA

Hoe denken Belgische werknemers over het arbeidsmarktbeleid? Uitzendbedrijf Tempo-Team stelde de vraag. Het verdict valt streng uit.

Tempo-Team vroeg 1.500 werknemers, interim-werkkrachten en werklozen naar hoe zij denken over werkloosheid, het activeringsbeleid en de aanpak van de vergrijzing. Wat blijkt? De Belgische werknemer is best streng voor zijn werkloze collega.

Zo vindt goed de helft van de bevraagden de werkloosheidsuitkeringen te hoog. Meer dan de helft ziet de uitkeringen liefst beperkt worden in de tijd. 88 procent wil bijscholing verplichten. Ook tweewekelijkse controle én sancties voor wie niet actief op zoek gaat naar werk, worden door een meerderheid gesteund. Het lijkt dat veel werknemers vinden dat werklozen zelf schuld hebben aan hun situatie.

Tolerantie neemt af

Professor Ludo Struyven van het HIVA (K.U.Leuven) geeft commentaar bij de peiling. ‘Vroeger werd de schuld niet bij de werklozen gelegd. De schuld lag ‘extern’, er waren te weinig jobs. Nu bevinden we ons in een arbeidsmarkt waarin er vacatures blijven openstaan en is er een minder hoge structurele werkloosheid dan enkele decennia geleden. De tolerantie voor werkloosheid neemt af naarmate meer mensen aan het werk zijn, al was het maar omdat minder mensen met de gevolgen ervan worden geconfronteerd. Je merkt nu eerder een logica van ‘voor wat hoort wat’: van de werkloze wordt verwacht dat hij actief op zoek gaat naar een job, maar werknemers verwachten ook inspanningen van overheid en bedrijven ter zake. Zeker voor de groep voor wie de afstand tot de arbeidsmarkt zeer groot geworden is, is een instensief aanbod van begeleiding op maat nodig. Ook dat behoort tot het ‘voor wat’: het gaat om meer dan de uitkering. Bovendien is er niet veel animo voor verregaande maatregelen als verplichte gemeenschapsdienst of verplichte heroriëntering naar een knelpuntberoep. De Belg behoudt toch graag een vorm van vrije jobkeuze.’

Regionale wortel, federale stok

Waalse werknemers zijn overigens even streng voor werklozen als hun Vlaamse collega’s. ‘De communautaire breuklijn weegt minder door dan verwacht’, zegt Struyven. ‘In tegenstelling tot het gangbare politieke discours, is de regionalisering van de sociale zekerheid geen prioriteit. Voor politici en belangengroepen is deze enquête toch een eye opener.’

Op veel krediet moet het arbeidsmarktbeleid van de overheid overigens niet rekenen. Amper de helft van de werkenden heeft er vertrouwen in. Ook de bedrijven krijgen een boodschap mee. 85 procent vindt dat ze meer werklozen moeten opleiden en bijscholen. Een verhoging van de pensioenleeftijd, als mogelijk oplossing voor de vergrijzing, vindt weinig bijval in het Tempo-Team onderzoek. ‘Die verhoging is een symbooldiscussie’, vindt Struyven. ‘Ook al omdat er een groot verschil bestaat tussen de officiële en de officieuze pensioenleeftijd. Het zou de kloof alleen maar groter maken. Bovendien is het niet zozeer de leeftijd, maar de lengte van de loopbaan die telt. Vijftigers en zestigers langer aan het werk houden, zou de vergrijzingsproblematiek grotendeels ontzenuwen. Maar dan moeten er wel mogelijkheden zijn om flexibel aan het werk te blijven. De sense of urgency is er heus wel: zowel jongere als oudere werknemers beseffen dat we langer moeten werken.’

Hulp

Hoewel de bevraging werknemers aan het woord laat, hebben ook werkgeversorganisaties er een kluif aan. Al is het maar omdat de resultaten een draagvlak bevat voor hun standpunten over werkloosheid en activering.

Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van Voka, ziet in de strenge reactie van werknemers vooral zin voor realiteit. ‘De mensen beseffen wat de economische realiteit is. Ze vinden het normaal dat een uitkering samenhangt met de verplichting om werk te zoeken. Maar wie moeilijk aan de bak komt, moet geholpen worden bij die zoektocht.’

Dat er daarbij naar de bedrijven gekeken wordt, verbaast Libeer niet. ‘De financiële contributies voor opleidingen zijn er wel, maar die vertalen zich nog te weinig naar concrete opleidingen en jobs.’

Andere spelregels

Ook voor Libeer is een verhoging van de pensioenleeftijd niet aan de orde. De Voka-topman pleit wel voor een loopbaanduur van 45 jaar en voor een verdere regionalisering van het arbeidsmarktbeleid. ‘Een tewerkstellingsbeleid voer je met wortel en stok. Je kunt mensen belonen voor hun inspanningen, maar je moet ze ook kunnen aanmanen om aan de slag te gaan. Alleen zit de wortel momenteel op regionaal niveau, en blijft de stok (het schrappen van uitkeringen is een bevoegdheid van de RVA, red.) federaal.’

Voor Pieter Timmermans, topman van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), is de Tempo-Team enquête een signaal om de werkloosheidsuitkeringen sneller in de tijd te doen dalen. Uit OESO-cijfers blijkt dat de Belgische werkloosheidsuitkeringen afnemen met 10 procent. Het Europese gemiddelde ligt op -40 procent. ‘Het is de meest efficiënte maatregel om mensen opnieuw aan het werk te krijgen, zo gebeurt het ook in andere Europese regio’s.’

Herscholingspremie

Dat werknemers zo streng zijn voor werklozen verbaast Timmermans niet. ‘De mensen zien dat er werk moet worden gemaakt van een actiever werkloosheidsstelsel. Zo zou de wachtuitkering, waaraan nu amper voorwaarden zijn verbonden, kunnen worden omgezet in een herscholingspremie.’

Om 55-plussers langer aan het werk te houden, pleit het VBO niet enkel voor een hogere pensioenleeftijd, maar ook voor een geleidelijke uitdoving van het brugpensioen. ‘Als je de regels van het spel niet wijzigt, verandert er in de praktijk weinig of niets’, aldus Timmermans.

(ml) 

More info about Carrière , Zoektocht