Het statuut van arbeider versus bediende: alle verschillen op een rij
Wie is arbeider? Wie is bediende? En wat zijn precies de verschillen? Wij zetten ze allemaal op een rij, van proefperiode tot opzegtermijn, over vakantiegeld tot ontslag en gewaarborgd loon.
Het onderscheid tussen arbeiders en bedienden staat al een aantal jaren ter discussie, omdat het volgens sommigen archaïsch en discriminerend zou zijn. De arbeidsrechtbank van Brussel stelde hierover in 2010 nog een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. Voorlopig is het evenwel nog wachten op een uitspraak.
Zeker is alvast dat ook de sociale partners er zich bewust van zijn dat dit onderscheid op lange termijn moet verdwijnen. Het harmoniseren van beide statuten is echter niet gemakkelijk. Enerzijds willen de vakbonden het statuut van de arbeiders opwaarderen zonder te raken aan de verworvenheden van de bedienden. Anderzijds vinden de werkgevers dat het bediendenstatuut te duur is. Kortom: de af te leggen weg is lang en moeilijk.
Wie is arbeider, wie is bediende?
De arbeidsovereenkomstenwet geeft een definitie van wie als arbeider en wie als bediende beschouwd moet worden:
- Een arbeider is een werknemer die in hoofdzaak handenarbeid verricht.
- Een bediende is een werknemer die in hoofdzaak hoofdarbeid of intellectuele arbeid verricht.
De verschillen
| |
Arbeiders |
Bedienden |
|
Proefperiode
|
7 tot 14 dagen
verlengd met de duur van de schorsingsperiodes tot maximum 21 dagen
|
1 tot 12 maanden (maximum 6 of 12 maanden volgens de hoogte van het loon) verlengd met de totale duur van de schorsingen
|
|
Beëindiging arbeidsovereenkomst
tijdens proefperiode
|
Tijdens eerste 7 dagen: mag enkel bij
ernstige tekortkoming of in (schriftelijk
bevestigd) overleg
Na eerste 7 dagen: kan onmiddellijk en
zonder opzeg of vergoeding op het einde
van elke werkdag
|
Na 7 dagen ongeschiktheid: verbreking zonder opzeg of vergoeding mogelijk
Tijdens de 1ste maand: opzeg van 7 kalenderdagen
Opgelet: opzeg kan ten vroegste eindigen op de laatste dag van de eerste maand
Na de eerste maand en zolang de proef duurt: opzeg van 7 dagen
|
|
Opzegtermijn
|
35 tot 112 dagen naargelang de
anciënniteit van de arbeider
Opgelet: sectorale CAO's kunnen nog
langere opzegtermijnen bepalen (tot
zelfs 217 dagen)
|
Lagere bedienden: minimum 3 maanden per schijf anciënniteit van 5 jaar
Hogere bedienden: de opzegtermijn moet deze minima respecteren en rekening houden met de anciënniteit, leeftijd, het loon en de functie van de werknemer
|
Aanvang
opzegtermijn
|
de maandag volgend op de dag waarop de opzegbrief geacht wordt ontvangen te zijn
|
de 1ste dag van de maand die volgt op de dag waarop de opzegbrief geacht wordt ontvangen te zijn
|
|
Tegenopzeg
|
onbestaande
|
1, 2 of 4 maanden afhankelijk van het loon van de bediende
|
Moment van uitbetaling
loon
|
minimum 2 keer per maand met
maximum 16 dagen tussen
(betaling van een voorschot)
|
maandelijks
|
|
Carensdag
|
Bij arbeidsongeschiktheid van minder
dan 14 kalenderdagen wordt de
eerste dag niet betaald
Opgelet: is afgeschaft in bepaalde sectoren
|
Wordt enkel toegepast voor bedienden in proeftijd of met een contract voor bepaalde duur of voor een bepaald werk van minder dan 3 maanden
|
Gewaarborgd
loon in
geval van
arbeids-
ongeschiktheid
|
Normaal loon gedurende 7 dagen
(+ carensdag bij minder dan 14 dagen
afwezigheid)
|
Normaal loon gedurende 30 dagen (zonder carensdag)
|
Tijdelijke
werkloosheid
|
Mogelijkheid tot invoering van tijdelijke werkloosheid met eventueel bovenop de werkloosheidsuitkering een aanvullende vergoeding van het fonds voor bestaanszekerheid of de werkgever
Opgelet: in sommige sectoren wordt de duur van de economische werkloosheid door een koninklijk besluit bepaald
|
Onbestaande, behalve de tijdelijke schorsing in het kader van de crisismaatregelen (tot 30/09/10) en behoudens “overmacht” die zowel voor arbeiders als bedienden geldt
|
|
Vakantiegeld
|
Betaald door de vakantiekas
Berekend op het geheel van het ontvangen salaris tijdens het voorgaande jaar
|
Betaald door de werkgever
Berekend op het salaris van de maand waarin de vakantie wordt opgenomen
|
Willekeurig
ontslag
|
Art. 63 van de arbeidsovereenkomstenwet
Bewijslast ligt bij de werkgever
Gesanctioneerd met forfaitaire vergoeding
van 6 maanden loon
|
Toepassing van het principe van rechtsmisbruik uit het gemeen recht
Bewijslast ligt bij de bediende
De sanctie hangt af van de bewezen schade
|
Patronale
sociale-
zekerheids-
bijdragen
|
+/- 38,38% op 108 % van het brutoloon
(108% omdat de werkgever zo de bijdragen
voor het vakantiegeld betaalt)
Opgelet: de patronale bijdrage kan variëren
van sector tot sector, dit hangt af van de
bijkomende bijdragen voor het sociaal fonds
bvb. in de bouwsector betaalt men 13 à 15%
extra, terwijl dit in de horeca
maar 1,40 à 1,45% is.
|
+/- 32,38% van het brutoloon
Opgelet: ook hier worden bijkomende bijdragen voor het sociaal fonds in rekening gebracht die variëren van sector tot sector
|
Persoonlijke
sociale-
zekerheids-
bijdragen
|
13,07% op 108% van het brutoloon
|
13,07% van het brutoloon
|
(Laatste update: 08/2010)
Meer info over
Contract
, Proefperiode
, Arbeidsreglement
, Vakantiegeld
, Ontslag
, Opzegtermijn